Sjabbat 29 februari 2020 / 4 Adar 5780, Teroema, Sjemot/Exodus 25:1 – 27:19

            Tanach blz. 159 – 165

Haftara: I Melachiem/ I Koningen 5:26 – 6:13

            Tanach blz. 680 – 681

vertaler: Benjamin Cohen

Commentaar: Rabbijn Sarah Bassin. Zij is de rabbijn bij Temple Emanuel van Beverly Hills, in Beverly Hills, Californië, en voormalig uitvoerend directeur en bestuurslid van NewGround: A Muslim-Jewish Partnership for Change.

Oorspronkelijke Engelse tekst: https://reformjudaism.org/learning/torah-study/trumah/limits-communication

__________________________________________________________________________

De beperkingen van communicatie

Zoals bij elk goed architectonisch ontwerp, biedt de sidra van deze week precieze instructies. Parasjat Teroema voorziet ons van een handleiding voor het bouwen van onze gebedsplaats in de woestijn (ook bekend als het Misjkan), en noemt daarbij alle gereedschappen die daarin te vinden zijn. Hij geeft exacte afmetingen, materialen en constructiemethoden. De instructies moesten eenduidig zijn en onmogelijk verkeerd te interpreteren. Maar er lijkt een discrepantie te bestaan tussen het oorspronkelijke concept en het eindproduct – althans wat betreft één heel belangrijk element: de menora.

Meer nog dan de Davidsster, is de menora het symbool dat al heel lang wordt geassocieerd met het joodse volk. Het is het centrale beeld op het officiële embleem van de staat Israël.

Het Tora-gedeelte geeft de exacte specificaties om hem te maken: hoeveel armen moet hij hebben, uit welke materialen moet hij worden vervaardigd, waar de armen moeten worden geplaatst en hoe ze moeten worden versierd. Het is moeilijk voor te stellen dat een zo gedetailleerde blauwdruk op een andere manier kan worden geïnterpreteerd dan het beeld dat we vandaag hebben. En inderdaad, het hedendaagse embleem van Israël lijkt erg op een van de vroegst overgebleven afbeeldingen van de menora, op de Boog van Titus in Rome. Voor die boog werd slechts twaalf jaar na de vernietiging van de Tempel de opdracht gegeven, zodat Rome de verovering van Jeruzalem kon vieren. Het is gemakkelijk voor te stellen dat de weergave van de kunstenaar misschien tot stand kwam op basis van zijn eigen waarneming van het origineel.

1100 jaar later gaf Maimonides aan hoe hij dacht dat de menora eruit zag. In zijn versie zijn de armen rechte diagonalen in plaats van gebogen takken zoals afgebeeld in de Boog van Titus. Maimonides interpreteerde de menora heel anders dan de eerdere afbeelding in de Boog van Titus suggereert. Bovendien lijkt Rasji het in zijn commentaar op Sjemot/Exodus 25:32 eens te zijn met Maimonides dat de armen rechte diagonalen zijn.

Opgemerkt moet worden dat Rasji en Maimonides waarschijnlijk de meest onbetwiste reuzen van de middeleeuwse joodse traditie zijn. Ze waren in ieder geval niet lui of onzorgvuldig bij het lezen van de tekst. Maar vanaf het laatste moment dat de Tempel er nog was, was een millennium verstreken en er waren geen ooggetuigenverslagen meer om op te vertrouwen. Deze grote rabbijnen waren daardoor volledig afhankelijk van de instructies in de Tora om hen van een beeld te voorzien.

Maimonides en Rasji hadden het waarschijnlijk mis. En dat lag niet aan hen. Hun interpretatie dat de armen diagonalen waren, is nergens in tegenspraak met de tekst in ons Tora-gedeelte. De dubbelzinnigheid ligt in de oorspronkelijke instructies. Hoewel de instructies, volgens onze voorouders, zo duidelijk waren als maar zijn kon, ook voor toekomstige generaties, toch hebben ze het idee dat ze erover hadden niet volledig gecommuniceerd.

We bevinden ons soms in scenario’s waarin de communicatie onvolledig is, die niet eens zo anders zijn. Een goed voorbeeld: ik hield toezicht op een interreligieus programma-onderdeel, waarbij de deelnemers paarsgewijs met de rug tegen elkaar moesten zitten en identieke enveloppen met papieren vormen kregen overhandigd. De ene persoon moest met deze vormen iets ontwerpen en de ander – die de tegenovergestelde richting op keek en alleen kon afgaan op de instructies van de ontwerper – moest proberen het ontwerp na te maken.

Het was onvermijdelijk dat toen de ontwerpers zich omdraaiden en de resultaten werden onthuld, ze de verminkte versies van hun originele ontwerpen zagen, gemaakt door hun partners. Ze waren geschokt toen bleek dat hun partners blijkbaar niet konden luisteren. Maar ze realiseerden zich al snel, dat de schuld bij henzelf lag, omdat ze belangrijke details hadden weggelaten, bijvoorbeeld welk punt van de driehoek tegen het vierkant rustte of in welke richting de hoeken van het vierkant moesten wijzen.

Deze oefening biedt een belangrijke les over het verschil tussen wat we denken te communiceren en wat we daadwerkelijk zeggen. Het feit dat onze voorouders hetzelfde probleem ondervonden bij het samenstellen van onze meest heilige tekst, biedt enige troost. Als de constructie van het Misjkan van kosmische betekenis voor onze voorouders was en zij dat niet met succes aan toekomstige generaties konden communiceren, besef dan hoe vaak onze onnauwkeurigheden in communicatie ook ons werk en onze relaties beïnvloeden.

De duidelijke les die hieruit volgt is dat we meer aandacht moeten besteden aan onze communicatie – we moeten proberen nauwkeuriger te zijn. En dat is zeker een eerlijke les. Wij allemaal kunnen onszelf verbeteren in hoe we communiceren met onze familie, vrienden en collega’s. Maar er is een belangrijkere les, namelijk dat dit soort miscommunicatie tot op zekere hoogte onvermijdelijk is. De èchte les ligt in hoe we omgaan met deze momenten van miscommunicatie. We zijn er vaak van overtuigd dat we duidelijk zijn. We zijn geschokt als iemand dat wat we hebben gezegd uit zijn context haalt, verkeerd interpreteert of verkeerd begrijpt. We zijn snel geneigd iemand anders ervan te beschuldigen dat hij of zij niet goed genoeg luistert.

Maar als we weten hoe moeilijk het is om miscommunicatie te voorkomen, dan zijn we misschien meer gebaat bij terughoudendheid in ons oordeel wanneer het gebeurt. Hoe zou het zijn als we er niet automatisch van uitgaan dat de fout bij de ander ligt als er iets misgaat? Als we onszelf eerst afvragen wat en hoe we misschien beter hadden kunnen communiceren? Er zijn momenten waarop wij het zelf slecht communiceren, en momenten waarop wij het slachtoffer zijn van onhandige communicatie. Hoe dan ook, de ervaring van onze voorouders met de menora is een uitnodiging om ons bewust te zijn van de beperkingen van communicatie. Misschien kan dit verhaal over een (mis)interpretatie van de menora dienen als een uitnodiging tot bescheidenheid in onze dagelijkse gesprekken en communicatie.