Sjabbat 24 oktober 2020 / 6 Chesjwan, Noach, Beresjiet/Genesis 6:5 – 11:32

               Tanach blz.  12 – 22

Haftara: Jeremia 31:23 – 36.

               Tanach blz. 983

Vertaler: Mirjam Ringer

Commentaar: Toen hij dit commentaar schreef, in 2010, doceerde rabbijn Aaron D. Panken, Ph.D., literatuur van de rabbijnen en de Tweede Tempelperiode aan het Hebrew Union College-Jewish Institute of Religion in New York.

Oorspronkelijke Engelse tekst: https://reformjudaism.org/learning/torah-study/torah-commentary/larche-ou-le-triomphe

__________________________________________________________________________

L’ arche ou le Triomphe?

In sidra Noach bouwt de Tora verder op de mythen uit sidra Beresjiet door ons een fascinerende cyclus van vernietiging en wederopbouw te tonen. De sidra spreekt over de immense positieve kracht van menselijke planning en uitvoering, maar ook over de negatieve mogelijkheden die daarmee gepaard kunnen gaan. Sidra Noach begint op het moment dat de aarde vol is geraakt van wetteloosheid, geweld en vijandschap (Beresjiet/Genesis 6:11). Noach, de enige rechtvaardige persoon in een zee van slechtheid, wordt door God uitgekozen om de wereld te redden. Wanneer hij de ark van Noach bouwt, wordt die het belangrijkste symbool van veiligheid en redding voor de mensheid, terwijl de zondvloed de weg naar een betere, nieuwe wereld vrijmaakt.

Vergelijk dit met het andere bouwproject in de sidra van deze week: de Toren van Babel (Beresjiet 11:1-9). Hoewel de toren ook een door mensenhanden gebouwd object was, is Gods reactie erop totaal anders. God wijst de toren af en de straf die erop volgt, is het verstrooien van de mensheid en het dwarsbomen van haar communicatiemogelijkheden door haar talen oneindig te vermenigvuldigen. Deze straf is hard en langdurig en levert een etiologische mythe op. Een mythe die de rauwe vijandschap, die tot op heden bestaat tussen verschillende etnische en sociale groepen, te baseren op deze straf. Een draconische straf, maar zeker niet zo vreselijk als de Zondvloed.

Waarom wordt het eerste bouwproject met bewondering en met de uiteindelijke redding van de mensheid gehonoreerd, terwijl het tweede project wordt beantwoord met verstrooiing en een opgelegde verscheidenheid van taal, waardoor de mensen van elkaar gescheiden raken? Commentatoren uit alle tijden hebben erop gewezen dat Noach bouwde volgens Gods plan, terwijl de mensen in Babel in feite werkten om zichzelf te verheerlijken en zich Gods macht toe te eigenen. Noach is dan degene die namens God werkt, terwijl degenen die de toren bouwden juist tegen God ingingen.

Wat maakte de daden van Noach dan zo rechtvaardig? Om te beginnen volgde hij de opdrachten van God op en werkte hij zorgvuldig om ervoor te zorgen dat zijn schepping werd gebouwd volgens de veeleisende instructies die hij had gekregen. Afgezien van de constructie van de Tabernakel (Sjemot/Exodus 25-28 en 35-39) zijn er maar weinig verhalen in de Tora die zo gedetailleerd zijn als die over de bouw van de ark. Verder toonde Noach moed – zijn project was niet het werk van een groep en hij trotseerde ongetwijfeld enige scepsis van zijn buren (probeer maar eens een ark te bouwen in je achtertuin). Vervolgens was het zijn naaste familie die gered werd door zijn project; een keuze van God gebaseerd op zijn rechtvaardigheid en vermoedelijk die van zijn familie. Tenslotte was het zijn taak om de mensheid en de dieren te redden van de constante dreiging van het overstromen van de laaggelegen gebieden.

Vergelijk dit met de andere bouwers in deze sidra. Flavius Josephus, de verrader, generaal en geschiedschrijver uit de eerste eeuw g.j., geeft misschien wel de meest interessante lezing in zijn Joodse Oudheden 1:4. Hij legt de verantwoordelijkheid voor het bouwen van de Toren bij Nimrod, ‘die de eerste machthebber op aarde was’ (Beresjiet 10:8-9). Josephus verklaart het verhaal aldus:

“Hij (Nimrod) veranderde zijn heerschappij steeds meer tot een dictatuur, omdat hij geen andere manier zag om de mensen van ontzag voor God af te doen keren dan door hen tot een voortdurende afhankelijkheid van zijn macht te brengen. Hij zei ook dat hij zich zou wreken op God als die van plan zou zijn om de wereld weer te verdrinken. Daarom zou hij een toren bouwen die zo hoog zou zijn dat de wateren de top niet konden bereiken. Hij zou zich wreken op God omdat Hij hun voorouders had gedood. De meeste mensen waren graag bereid om de beslissing van Nimrod te volgen en meenden dat het een kwestie van lafheid was om je aan God te onderwerpen. Dus bouwden ze een toren. Geen moeite was hen te veel en ze gingen bijzonder zorgvuldig te werk. En doordat er zoveel mensen aan werkten, groeide de toren onverwacht snel. Hij was zo dik en zo sterk gebouwd, dat de hoogte minder leek dan het eigenlijk was. Hij werd gebouwd van bakstenen, vastgemetseld met cement, met teer bestreken, zodat er geen water binnen kon komen. Toen God zag dat ze zo gek handelden, besloot Hij niet om ze volledig te vernietigen, omdat ze niet veel verstandiger waren geworden door de vernietiging van de vorige zondaars. Hij veroorzaakte echter verwarring onder hen door hen verschillende talen te laten spreken zodat ze elkaar niet meer verstonden. De plek waar ze de toren bouwden, heet nu Babylon, vanwege de verwarring van de taal die ze daarvoor wel verstonden. Het Hebreeuwse woord voor ‘verwarring’ is namelijk babel.”

Nimrod en zijn vrolijke bende van bouwers deden alle opdrachten van God geweld aan. Ten eerste waren ze tirannen, door een heerschappij te vestigen die de macht van God in de ogen van de mensen omlaaghaalde en zo hun autoritaire en perverse staat te versterken. Een dergelijke focus op status, hiërarchie en controle, kan slechts tot kwaad leiden. Door zich bezig te houden met activiteiten die henzelf verheerlijkten, in plaats van de mensheid te willen redden, brachten de bouwers van de toren zijn ondergang teweeg.

Ten tweede (en dit is Josephus’ meest creatieve interpretatie) werd deze toren zo hoog gemaakt om deze groep mensen immuun te maken voor een eventuele tweede zondvloed – een volkomen logisch antwoord op de ervaring van Noach en zijn generatie, maar wel een gotspe. Degenen die alleen op een sterke, hoge, waterbestendige toren zouden staan, zouden aan de verraderlijke wateren kunnen ontkomen, terwijl de rest van de bevolking om hen heen zou vergaan. Op deze manier zou door ‘natuurlijke selectie’ de slechtheid in de volgende generatie nog sterker naar voren komen. Als alleen de machtigen overleven, alleen diegenen die anderen onderdrukken, dan stapt men van selectie op rechtvaardigheid uit het verhaal van Noach af en zal de volgende generatie ongetwijfeld nog slechter en meer op macht belust worden dan de vorige.

Tenslotte zien we het mededogen van God in de uitleg van Josephus. God realiseerde zich dat deze groep niets geleerd had van de zondvloed. Ze waren eerder dom dan slecht. En dus koos God ervoor om hen te verstrooien en hun taal te verwarren, in plaats van hen te doden.

De sidra van deze week laat ons nadenken over de menselijke keuze waar het iedere dag om draait: als we bouwen, bouwen we dan aan een ark (in het Frans: arche, een boot om mensen te redden) of bouwen we aan triomphe (in het Frans: een monument om onze eigen grootheid te etaleren). Bij elke constructieve handeling die we verrichten, is de keuze aan ons.