Beelden van licht en triomf

door Rob Cassuto

Waar de Tora in vele lange verzen aan het slot van de parasja Ki tavo de donkerste rampen in het vooruitzicht stellen voor Israël (en wil men het mondiaal extrapoleren: voor de wereld), als men haar voorschriften negeert (1), barst de haftara – de zesde in de reeks haftarot van vertroosting na de treurdag Tisja be-Av –  bijna uit haar voegen van beelden van licht en triomf, die de messiaanse tijden omschrijven die Israël (de wereld) zal beleven. Er staan wel elf woorden in deze haftara die licht of glans betekenen.
Zo begint het:

60:1 Sta op, word verlicht, want uw licht komt
en de heerlijkheid van de Eeuwige gaat over u op.
2Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken
en donkere wolken de volken,
maar over u zal de Eeuwige opgaan
en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.
3En heidenvolken zullen naar uw licht gaan
en koningen naar de glans van uw dageraad
.

Zal dan eindelijk gerealiseerd zijn wat al als opdracht staat in Jesaja 49:6: ‘Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de volken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aard’? Vele beelden in dit hoofdstuk 60 volgen nog: vele volken zullen de ballingen – zonen en dochters – terugbrengen, met vele schatten, vee en andere kostbaarheden zullen ze komen; zelfs de muren van Jeruzalem zullen ze herbouwen en strijd of catastrofe zal er binnen de grenzen niet meer zijn.
Wel heel erg eschatologisch klinken deze zinnen:

20Uw zon zal niet meer ondergaan
en uw maan zal zijn licht niet intrekken,
want de Eeuwige zal voor u tot een eeuwig licht zijn
en aan de dagen van uw rouw zal een einde komen

21Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn,
voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen.

Ooit geen fysieke nacht meer? Altijd maar daglicht? Dat lijkt mij niet de bedoeling. Deze verzen zijn dan ook mijns inziens meer de euforische verbeelding van een dynamische samenleving, die door haar enthousiaste toepassing van onderlinge rechtvaardigheid en compassie voor iedereen het leven tot een materiële en spirituele genieting maakt. (2)

Wanneer zal die tijd aanbreken, wanneer zal de Masjieach hem inluiden? Uit een uitgebreide rabbijnse discussie over die vraag in de Talmoed (3) lichten wij rabbi Jochanan die zegt, (hij zal komen) in een generatie, die volstrekt onschuldig is en daarom verlossing verdient, en hij verwijst naar het net geciteerd vers 21: ‘Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn, voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen’. Maar het is evengoed mogelijk, dat hij juist komt als er een generatie volstrekt schuldig is, gezien een vers uit het vorige hoofdstuk 59 (16): ‘Omdat Hij zag dat er niemand was, ontzette Hij Zich, want er was niemand die zijn zijde koos. Daarom bracht Zijn arm Hem heil, en Zijn gerechtigheid, die ondersteunde Hem’. Rabbi Alexandri ziet in de laatste regel van deze haftara een oplossing van deze schijnbare tegenspraak:

6022 De kleinste zal tot duizend worden
en de minste tot een machtig volk;
Ík, de Eeuwige, zal dit te zijner tijd spoedig doen komen
.

R. Alexandri legt de laatste regel aldus uit: als zij (Israël, de wereld) verlossing verdienen door berouw en goede daden, dan zal ik de komst van de masjieach bespoedigen; als ze geen verlossing verdienen zal de komst van de masjieach plaats vinden op de vastgestelde tijd.

Wat de komst van de Masjieach betreft kunnen we waarschijnlijk beter onze poging staken het per se te willen weten; ideologisering en dogmatisering, helpen ons helemaal niet verder. Laten we ons goed afstemmen op wat de tekenen des tijds zijn van een grote wending van de wereld ten goede en in praktijk brengen hoe wij – voor een schijnbaar nietig stukje – zelf een ‘teken des tijds’ kunnen zijn. De beroemde filosoof-bijbelgeleerde Yeshayahu Leibowitz (1903-1994) helpt ons geen illusies te hebben en zegt: ‘de Masjieach zal komen, eens. De masjieachs die kwamen waren vals. De masjieach die komt is vals. Het kenmerk van de Masjieach is dat hij altijd komende is’….(4)(5)

Noten
(1) Zie voor meerdere commentaren op de parasja Ki tavo mijn boek
REIZEN DOOR DE TORA, deel 2, Van de Berg naar de Rivier, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, Mastix Press, 2016, te bestellen bij bol.com.  
(2) Vgl Maimonides: And at that time there will be no hunger or war, no jealousy or rivalry. For the good will be plentiful, and all delicacies available as dust. The entire occupation of the world will be only to know God… the people Israel will be of great wisdom; they will perceive the esoteric truths and comprehend their Creator’s wisdom as is the capacity of man. As it is written (Isaiah 11:9): “For the earth shall be filled with the knowledge of God, as the waters cover the sea”. (Mishneh Torah, Laws of Kings 12:5).
Is ware spirituele verlichting nu voor ons mogelijk? Misschien is ongezocht een klein voorschot op de messiaanse tijd op sommige momenten niet uitgesloten.
(3) Talmoed tractaat Sanhedrin 98a
(4) te horen op https://www.youtube.com/watch?v=Zz-QMDPW5RM
(5) Bedoelt Nachoem Wijnberg ongeveer hetzelfde als hij aan het slot van het gedicht AAN DE TELEFOON MET JUDITH HERZBERG dicht:
De Messias, is hij een Jood? Niet waarschijnlijk,
want een Jood doet niet graag waar één die er niet is,

en niet een beetje,
maar er op alle mogelijke manieren niet is,
de eer van wil opstrijken. Meer reden aan te nemen
dat iemand de Messias is
als hij aangekomen is
zoals iemand op het vroegst mogelijke moment
beleefd weggaat.

Zie https://www.crescas.nl/columns/zomerschrijvers/wigoz/Nachoem-Wijnberg/