Wajésjèv

Sjabbat 21 december 2019 / 23 Kislev 5780, Wajésjèv, Beresjiet/Genesis 37:1 – 40:23

Tanach blz.  76 – 83

Haftara: Amos 2:6 – 3:8

Tanach blz. 1167.

vertaler: Paula Reisner

Commentaar: Rabbijn Rachel Barenblatt. Zij leidt de Joodse Gemeente Beth Israel in North Adams, Massachusetts.

Oorspronkelijke Engelse tekst: https://www.myjewishlearning.com/article/josephs-amazing-technicolor-faith/

_____________________________________________________________________________

Het door de wol geverfde Godsvertrouwen van Joseef

Met de sidra van deze week zijn we aangeland in de ‘Joseef-novelle’, die in de rest van Beresjiet/Genesis zal worden voortgezet. Als Joseefs verhaal een aanvang neemt, is hij met zijn broers schapen aan het hoeden en brengt hij zijn vader Jaäkov verslag uit over hun gedrag. De Tora vertelt ons niet wat het precies is wat Joseef doorgeeft aan Jaäkov, en of wat hij rapporteerde waar was, maar de commentatoren Rasji (11e eeuw, Frankrijk) en de Radak (12-13e eeuw, Frankrijk) suggereren dat zijn broers zich onethisch gedroegen en elkaar slecht behandelden.

Joseefs broers haten hem. Deels omdat hun vader voor hem een mooi bovenkleed (‘veelvervige rok’, Statenvertaling, red.) liet maken. Joseef, van zijn kant, is bereid hun onbehoorlijke gedrag te benoemen. En vervolgens, noem het arrogantie of naïviteit, vertelt hij hen zijn dromen. Bijvoorbeeld die ene, waarin hun schoven tarwe zich buigen voor de zijne. Dus gooien ze hem in een put en verkopen hem als slaaf.

Het is een buitensporige reactie, maar alles rondom Joseefs verhaal is buitensporig. De haat van zijn broers lijkt onredelijk en overtrokken. Precies zo is het met zijn herhaaldelijke veranderingen van omstandigheden: van een schapenhoedertje naar een slavenkaravaan, van gerespecteerde bediende naar een onterecht beschuldigde verdachte. (En dat is alleen nog maar het verhaal deze week. Volgende week, als de sage zich voortzet, zijn diens  lotgevallen al even dramatisch.) Dit is een bijbels equivalent van As the World Turns (de langst lopende Amerikaanse soap-serie ooit, red.), het is een kroniek van Joseefs vele levenswendingen.

Het verhaal van Joseef is een typisch voorbeeld van wat de Chassidische traditie noemt ‘afdalen ten dienste van stijgen’. Het veelvuldig vallen van Joseef – zowel letterlijk als figuurlijk – functioneert als een springplank, die hem in staat stelt te stijgen. Hij daalt af in de put en daarna verder, naar lager gelegen Egypte. (In de Tora ‘daalt men af’ naar Egypte en ‘gaat men op’ naar Israël.) Dan is er de valse beschuldiging van aanranding door Potifars vrouw en daalt hij opnieuw af, deze keer naar de kerkers van Farao.

Op dit punt aangekomen zou Joseef vergeven kunnen worden als hij toegaf aan wat zelfmedelijden. Niets in zijn leven is gegaan zoals hij zich dat waarschijnlijk heeft voorgesteld. Hij is gegaan van gehaat zijn door zijn broers naar het als slaaf verkocht zijn,  naar het ten onrechte gevangen gezet zijn. Maar let op, de Tora vertelt ons dat zelfs als Joseef in deze meest duistere omstandigheden zit, God bij hem is. Zijn relatie met het goddelijke blijft sterk en helder. Het is zelfs zo dat hij vertrouwt op die verbinding met het goddelijke om dromen voor andere gevangenen te interpreteren.

Wat wil het zeggen dat God bij hem was? De Or HaChajiem (van Chaim ibn Attar, geboren in Marokko, gestorven in 1743) leert dat de inspiratie van de Sjechina (de immanente, inherente goddelijke Aanwezigheid) door een persoon stroomt naarmate die persoon open staat voor de aanwezigheid daarvan in zichzelf. Voor de Or HaChajiem betekent ‘God was bij hem’ dat Joseef zichzelf openstelde voor de goddelijke stroom. Hij was zo doordrenkt met het heerlijke gevoel van een Godsverbinding, dat hij beschermd was tegen het voelen van het kwaad in zijn situatie.

In de sidra van volgende week zullen we zien hoe alle beproevingen van Joseef hem precies op de juiste plek brengen om zijn volk en familie van de hongerdood te kunnen redden. Maar de sidra van deze week eindigt met Joseef in de kerker, terwijl hij precies doet waar de psalmist op aandringt aan het eind van tehiliem/psalm 27:  „Wees dapper en vastberaden, ja, wacht op de Eeuwige.” De schenker, die hij raad heeft gegeven, heeft hem vergeten, en heeft hem achtergelaten in de kerker, maar Joseef weet dat God aan hem denkt en hem vergezelt, altijd.

Als rabbijn en spiritueel leider is een van mijn kernvragen: ‘Waar is God voor jou in deze situatie?’ Spirituele leiding nodigt ons uit om goddelijkheid te ontdekken in alles wat zich voordoet. Maar Joseef hoeft niet te worden herinnerd aan dit vraagstuk. Joseef voelt dat God bij hem is, zelfs als hem ten onrechte kwaad wordt aangedaan en hij wordt bestraft. Omdat hij Gods tegenwoordigheid zo sterk ervaart, blijft zijn zelfgevoel onaangetast. Dat is de eigenschap van Joseef, waarnaar ik het meeste verlang: zijn diepe verbinding met God.

Wat Joseefs verhaal me dit jaar leert is hoe belangrijk het is om het bewustzijn te cultiveren dat hem kennelijk komt aanwaaien: het bewustzijn dat ik word gezien, dat ik word gekoesterd en liefgehad door wat in onze avondliturgie (in het Ahavat Olam-gebed) wordt benoemd als „oneindige liefde”. Zelfs als de omstandigheden guur lijken, zelfs als ik te maken krijg met onethisch gedrag van anderen, kan ik proberen in elk nare wending een gelegenheid te vinden om mijn ogen omhoog te richten en mijn hart te openen voor iets dat groter is dan ikzelf. Zoals de psalmist schrijft in tehiliem/psalm 118:56 en op vele andere plaatsen: „Met de Eeuwige aan mijn zijde heb ik niets te vrezen.”