Sjabbat 6 juni 2020 / 14 Siewan, Behaälotecha, Bemidbar/Numeri 8:1 – 12:16

                Tanach blz. 282 – 292

Haftara: Zecharja 2:14 – 4:7

                Tanach blz. 121

vertaler: Channa Kistemaker

Commentaar: Rabbijn Bradley Artson is verbonden aan de American Jewish University in Los Angeles en is auteur van The Bedside Torah.

Oorspronkelijke Engelse tekst: https://www.myjewishlearning.com/article/trying-to-remember-the-reason-i-forgot/

__________________________________________________________________________

Weet waarom je vergeet

De menselijke geest blijft ons verbazen, op een onnavolgbare manier. Ze is in staat om een heel scala aan ingewikkelde taken te leren beheersen, om onbeduidende ervaringen of feiten te onthouden, maar tegelijk kan datzelfde orgaan een belangrijke afspraak vergeten, of de naam van een kennis, of wat er vanmorgen op de ontbijttafel stond. We winnen het nog altijd van een computer als het gaat om het vertalen van dat naar concepten, maar eenieder van ons krijgt te maken met de vervelende realiteit dat we voortdurend informatie vergeten die we heel hard nodig hebben.

Iedereen die wel eens college-aantekeningen of kanttekeningen in boeken van jaren terug heeft herlezen, heeft moeten inzien dat hetgeen gewoonlijk vergeten wordt buitengewoon veel is. Het komt vaak voor dat een schrijver, die zijn eigen werk na verloop van een aantal jaren herleest, tot de onaangename ontdekking komt, dat hij de inhoud van die boeken of essays niet meer echt begrijpt.

De sidra van deze week raakt aan dat probleem, en de rabbijnse traditie komt met een verrassende verklaring voor dergelijke frustrerende gaten in ons geheugen. We lezen dat Mosjé “het volk Jisraëel vertelde dat zij Pesach moesten houden”. Dat is op zich niets bijzonders: Mosjé vertelt het joodse volk wel vaker wat ze moeten doen of laten.

Maar de midrasj Sifré Bamidbar brengt hier tegenin dat de informatie die hij hier geeft overbodig is. De Tora heeft immers al in het boek Wajikra/Leviticus verteld dat Mosjé “de feestdagen van de Eeuwige heeft uitgelegd aan het volk Jisraëel”? Waarom moet hij zichzelf hier dan herhalen?

Sifré beantwoordt de vraag zelf: „Hieruit leren we dat hij het gedeelte over de feestdagen op de Sinaï gehoord heeft en aan Jisraëel heeft overgebracht, en dat hij het vervolgens heeft herhaald, telkens wanneer de tijd er was waarop de regels moesten worden opgevolgd. (…) Hij vertelde het volk de wetten voor Pesach op Pesach, de wetten voor Sjavoeot op Sjavoeot en de wetten voor Soekot op Soekot.”

Maar waarom herhaalt Mosjé dezelfde opdracht nog een keer? Omdat hij weet hoe vergeetachtig mensen kunnen zijn. Omdat hij beseft dat zelfs de meest intelligente, geleerde en wetenschappelijk aangelegde mensen veel van wat zij leren weer vergeten, weet Mosjé dat het nodig is om de Joden nog een keer te herinneren aan de betreffende mitswot, vlak voordat ze moeten worden vervuld.

Mosjé was een scherpzinnig kenner van het menselijk gemoed en wist dat wat geleerd wordt voortdurend ververst moet worden, omdat het anders teloor gaat. Geleerdheid is niet een bezit, niet iets dat je kunt houden. Het is een proces van groei en verwerking, dat een vast bestanddeel vormt van het menselijk leven. Als we het leren zien als het buitmaken van bezit, dan raken we gaandeweg onze vaardigheden in de sfeer van ons beroep kwijt. Daarom is het bij de meeste beroepen een vereiste om te blijven leren, willen we aan het werk blijven. Daarom moeten leraren en rabbijnen geregeld de gelegenheid krijgen om zichzelf te verfrissen door studie, bij voorbeeld door een sabbatical. Kennis en wijsheid worden niet alleen muf, ze verdampen ook, als ze niet dagelijks ververst worden.

De midrasj Kohelet Rabba had dit voor ogen, toen ze benadrukte: „Het is in ons eigen belang dat we Tora leren en het weer vergeten. Als we Tora konden leren zonder het daarna weer te vergeten, zouden de mensen een paar jaar ploeteren om geleerd te worden, en daarna gewoon werk gaan doen. Dan zouden ze er verder nooit meer aandacht aan schenken. Omdat we echter Tora leren en het weer vergeten, blijven we leren.”

Hier verheffen de rabbijnen tot deugd, wat anders misschien een fundamentele tekortkoming van het menselijk leven zou lijken. Zelfs dat wat wij koesteren, zelfs dat waar we uren over gebogen zitten, sijpelt door het vergiet van ons brein, en gaat uiteindelijk voor ons verloren.

De tegenhanger van deze vergeetachtigheid is de plicht om van het leren een levenslange opdracht te maken. Het joodse boek op ons nachtkastje, de avonden bij het studiecentrum, cursussen aan een instituut of universiteit, het leren van Hebreeuws door podcasts, lessen of boeken: het zijn allemaal manieren, niet alleen om onze hersenen in conditie te houden en onze kennis uit te breiden, maar ze bieden zelfs het enig mogelijke tegengif tegen de alomtegenwoordige vergetelheid.

Een van de wetten der thermodynamica is het principe van de entropie: alles keert uiteindelijk terug naar de chaos. In het domein van biologie en natuurkunde kan alleen het toevoegen van nieuwe energie de onvermijdelijke uitbreiding van wanorde tegengaan. Dat geldt ook voor de wereld van de geest en daarom heeft het Jodendom Talmud Tora, het lernen, uitgeroepen tot een van de drie mitswot waardoor de wereld in stand wordt gehouden. Wanneer Joden samen studeren, zo leert ons de Misjna, dan ervaren zij daarbij de Aanwezigheid van de Eeuwige. Dus, ga heen, en leer – al is het maar een beetje.